Zinnen maken – werkwoorden

In het Spaans eindigen werkwoorden op -ar, -er of -ir. Regelmatige werkwoorden op -ar worden anders vervoegd dan regelmatige werkwoorden op -er en -ir. Tussen werkwoorden op -er en -ir zitten weinig verschillen. Via onderstaande pagina’s kun je oefenen met regelmatige werkwoorden en de belangrijkste onregelmatige werkwoorden.

  • Regelmatige werkwoorden op -ar
  • Regelmatige werkwoorden op -er
  • Regelmatige werkwoorden op -ir
  • Onregelmatige werkwoorden 1 (ser, estar, haber, tener)
  • Onregelmatige werkwoorden 2 (ir, hacer, saber, venir)
  • Geef een antwoord