Zinnen maken – regelmatige werkwoorden op -ir

Tegenwoordige tijd

Uitleg

De ‘hij’-vorm geldt ook voor ‘zij’ en ‘het’, dus ‘zij eet’ is ook ‘come’.

In Latijns Amerika wordt voor ‘jullie’ de ‘zij’-vorm gebruikt, dus ‘jullie eten’ is daar ‘comen’.

Voorbeeldzinnen

Wij voegen niets toe.
→ No añadimos nada.

Hij leeft nog.
→ Todavía vive.

Verleden tijd

In het Spaans zijn er twee verschillende verleden tijden: de imperfecto en de pretérito indefinido. De betekenis van deze vormen verschilt weinig van elkaar en in veel gevallen zijn beide vormen correct. Globaal kun je zeggen dat de imperfecto eerder zal worden gebruikt als iets ‘ergens’ in het verleden afspeelde en dat de pretérito indefinido eerder zal worden gebruikt als iets gebeurde op een duidelijk aangeduid moment.

Imperfecto

Uitleg

De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de imperfecto hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Wij voegden niets toe.
→ No añadíamos nada.

Hij leefde nog.
→ Todavía vivía.

Pretérito indefinido

Uitleg

De ‘wij’-vorm van de pretérito indefinido is hetzelfde als de ‘wij’-vorm van de tegenwoordige tijd.

Voorbeeldzinnen

Wij voegden niets toe.
→ No añadimos nada.

Hij leefde nog.
→ Todavía vivió.

Toekomende tijd

Voorbeeldzinnen

Wij zullen niets toevoegen.
→ No añadiremos nada.

Hij zal nog leven.
→ Todavía vivirá.

Voorwaardelijke wijs

Uitleg

De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de voorwaardelijke wijs hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Wij zouden niets toevoegen.
→ No añadiríamos nada.

Hij zou nog leven.
→ Todavía viviría.

Gerundium en voltooid deelwoord

Uitleg

Het voltooid deelwoord wordt gebruikt met het werkwoord ‘haber’ (hebben).

Voorbeeldzinnen

Ik ben woorden aan het toevoegen.
→ Estoy añadiendo palabras.

Geef een reactie