Technische termen – bouwkunde

Algemeen

Voorbeeldzinnen

Wij studeren bouwkunde.
→ Estudiamos arquitectura técnica.

Dit huis heeft vijf deuren en zeventien ramen.
→ Esta casa tiene cinco puertas y diecisiete ventanas.

Gereedschap

Voorbeeldzinnen

Waar is de hamer?
→ ¿Dónde está el martillo?

De emmer is vol.
→ El cubo está lleno.

Werkwoorden

Voorbeeldzinnen

Wij metselen elke dag.
Pegamos bloques cada día.

Hij moet beton gieten.
→ Tiene que echar hormigón.

Materialen

Voorbeeldzinnen

Specie bevat cement, zand en water.
Argamasa contiene cemento, arena y agua.

Wij schilderen met rode verf.
→ Pintamos con pintura roja.

Bouwwerken

Voorbeeldzinnen

De kerk heeft een toren.
→ La iglesia tiene una torre.

Het gemeentehuis bevindt zich naast de bank.
→ El ayuntamiento se encuentra al lado del banco.