Algemeen – diversen

Woninginrichting

Voorbeeldzinnen

We hebben een tafel en acht stoelen.
→ Tenemos una mesa y ocho sillas.

Waar is het kleed?
→ ¿Dónde está la alfombra?

Kleding e.d.

Voorbeeldzinnen

Hij heeft groene schoenen met gele veters.
→ Tiene zapatos verdes con cordones amarillos.

We zien een hemd zonder mouwen.
→ Vemos una camisa sin mangas.

Voorbeeldzinnen

Je moet handschoenen gebruiken.
→ Tienes que utilizar guantes.

Waar is mijn zonnebril?
→ ¿Dónde están mis gafas de sol?