Zinnen maken – regelmatige werkwoorden op -ar

Tegenwoordige tijd

Uitleg

De ‘hij’-vorm geldt ook voor ‘zij’ en ‘het’, dus ‘zij werkt’ is ook ‘trabaja’.

In Latijns Amerika wordt voor ‘jullie’ de ‘zij’-vorm gebruikt, dus ‘jullie werken’ is daar ‘trabajan’.

Voorbeeldzinnen

Wij vragen hoe laat het is.
Preguntamos qué hora es.

Ik werk op het land.
Trabajo en el campo.

Verleden tijd

In het Spaans zijn er twee verschillende verleden tijden: de imperfecto en de pretérito indefinido. De betekenis van deze vormen verschilt weinig van elkaar en in veel gevallen zijn beide vormen correct. Globaal kun je zeggen dat de imperfecto eerder zal worden gebruikt als iets ‘ergens’ in het verleden afspeelde en dat de pretérito indefinido eerder zal worden gebruikt als iets gebeurde op een duidelijk aangeduid moment.

Imperfecto

Uitleg

De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de imperfecto hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Wij vroegen hoe laat het was.
Preguntabamos qué hora fue.

Ik werkte op het land.
Trabajaba en el campo.

Pretérito indefinido

Uitleg

De ‘wij’-vorm van de pretérito indefinido is hetzelfde als de ‘wij’-vorm van de tegenwoordige tijd.

Voorbeeldzinnen

Wij vroegen hoe laat het was.
Preguntamos qué hora fue.

Ik werkte op het land.
Trabajé en el campo.

Toekomende tijd

Voorbeeldzinnen

Wij zullen vragen hoe laat het is.
Preguntaremos qué hora es.

Ik zal op het land werken.
Trabajaré en el campo.

Voorwaardelijke wijs

Uitleg

De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de voorwaardelijke wijs hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Ik zou niet vragen hoe laat het is.
→ No preguntaría qué hora es.

Zij zouden op het land werken.
Trabajarían en el campo.

Gerundium en voltooid deelwoord

Uitleg

Het voltooid deelwoord wordt gebruikt met het werkwoord ‘haber’ (hebben).

Voorbeeldzinnen

Ik ben aan het werken.
→ Estoy trabajando.

Geef een reactie