Zinnen maken – onregelmatige werkwoorden 2

Het Spaans kent net als andere talen onregelmatige werkwoorden. De belangrijkste komen op deze site aan de orde. De regelmatige vormen zijn weggelaten. Zo is de toekomende tijd bij onregelmatige werkwoorden meestal regelmatig. Is dat niet het geval, dan worden de vormen apart genoemd bij de behandeling van dat werkwoord.

ir (gaan)


imp = imperfecto
ind = pretérito indefinido

Uitleg

De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de imperfecto hetzelfde.

De vormen van de pretérito indefinido zijn gelijk aan die van het werwoord ‘ser’.

Voorbeeldzinnen

Wij gaan naar het strand.
Vamos a la playa.

Ik ga slapen.
Voy a dormir.

Hacer (doen)


Uitleg

De weergegeven verleden tijd is de pretérito indefinido. De vormen van de imperfecto zijn regelmatig. De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de voorwaardelijke wijs hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Hij heeft niets gedaan.
→ No ha hecho nada.

Dat doen wij altijd.
→ Siempre lo hacemos.

saber (weten)


Uitleg

De weergegeven verleden tijd is de pretérito indefinido. De vormen van de imperfecto zijn regelmatig. De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de voorwaardelijke wijs hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Hij kan niet lezen.
→ No sabe leer.

Wij weten waar we zijn.
Sabemos donde estamos.

venir (komen)


Uitleg

De weergegeven verleden tijd is de pretérito indefinido. De vormen van de imperfecto zijn regelmatig. De ‘ik’-vorm en de ‘hij’-vorm zijn bij de voorwaardelijke wijs hetzelfde.

Voorbeeldzinnen

Wij komen vroeg.
Venimos temprano.

Hij kwam naar de stad.
Vino a la ciudad.

Geef een reactie