Algemeen – datum en tijd

Dagen van de week

Voorbeeldzinnen

De dagen van de week.
→ Los días de la semana.
Vandaag is het zaterdag.
Hoy es sábado.

Maanden van het jaar

Voorbeeldzinnen

De maanden van het jaar.
→ Los meses del año.
Vandaag is het acht februari.
→ Hoy es el día ocho de febrero.

Tijd

Uitleg

Om aan te geven dat het een uur is (01:00 of 13:00) zeggen we ‘es la una’. Voor alle overige uren gebruiken we ‘son’. Dus: ‘son las dos’, ‘son las tres’, enz.
Het Spaans heeft geen apart woord voor ‘avond’, hiervoor wordt ‘noche’ gebruikt. In Spanje is het tot ongeveer 21:00 nog ‘middag’ en wordt dus ’tarde’ gebruikt.

Voorbeeldzinnen

Het is vijf voor twaalf.
→ Son las doce menos cinco.
Het is vroeg in de morgen.
→ Es temprano en la mañana.

Morgenochtend.
Mañana por la mañana.